Spreekbeurt

Leuk dat je een spreekbeurt over het dierenasiel wilt houden!
Hieronder vindt je informatie over ons en een Youtube filmpje

1. Het dierenasiel.

In Nederland zijn meer dan honderd dierenasielen.
Honden of katten die op straat zwerven kunnen een tijdje in het asiel wonen. Totdat hun baas weer is gevonden. Wanneer hun baas niet komt, wordt door het dierenasiel een andere baas gezocht.
Er zijn ook mensen die niet meer voor hun huisdier kunnen of willen zorgen. Zij brengen hun hond of kat dan naar het asiel.

Dierenasiel Zwolle
Bij ons verblijven alleen honden en poezen.  Andere dieren die worden gevonden of waar mensen niet meer voor kunnen zorgen gaan naar andere opvangadressen. Eén van die opvangadressen is bijvoorbeeld stichting Flappus voor konijnen, cavia’s, hamsters, enz,
Er kunnen 30 asielhonden en 180 katten bij ons terecht. Als die er zijn, dan zit het echt helemaal vol.

30 honden gebeurt niet heel vaak gelukkig, maar in de zomerperiode hebben wij wel vaak 180 katten tegelijk om te verzorgen. Een groot gedeelte hiervan zijn moederpoezen met hun kittens (jonge poesjes).
Gelukkig zijn er pleeggezinnen die ons hiermee helpen. Een pleeggezin is een familie die tijdelijk bijvoorbeeld een moederpoes met kittens in huis neemt om te verzorgen. De kittens wennen dan aan geluiden in huis van de stofzuiger, de tv. En wennen aan andere huisdieren en kinderen. Op dit manier zijn de kittens overal aan gewend en zijn zij makkelijk te adopteren door een andere baas zodra ze oud genoeg zijn om bij de moederpoes weg te kunnen.

Om in een dierenasiel alles goed te laten verlopen heb je dierenverzorgers nodig en daarnaast ook vrijwilligers.
Vrijwilligers zijn mensen die in het asiel helpen, omdat ze dat leuk en belangrijk vinden. Ze krijgen geen geld. Maar het is belangrijk dat ze meehelpen. Er is namelijk veel te doen in een asiel. Naast de verzorgers en vrijwilligers is er ook een bedrijfsleider ( de baas) Hij of zij kijkt of alles goed gaat.
Bij ons werken 8 betaalde dierenverzorgers en ongeveer 40 vrijwilligers.
Dat is ook wel nodig, want het werk gaat 7 dagen per week door. Iedere dag moeten de dieren verzorgd worden.

 

  1. Een dag in het asiel.

De honden worden wakker in mand in het binnenhok. Ze gaan een eindje wandelen om te plassen en te poepen en krijgen eten. Sommige honden hebben medicijnen, die krijgen ze dan ook. Daarna worden de luikjes opengezet tussen het binnen en buiten gedeelte van de kennels ( een kennel is een groot hondenhok, met meestal een binnen en buiten gedeelte ) Zo kunnen de honden in hun buitenhok spelen.
Een paar vrijwilligers beginnen nu met het schoonmaken van de binnenhokken ze doen dat met speciale zeep en een ontsmettingsmiddel. Ook de kattenverblijven worden schoongemaakt. Het is erg belangrijk dat de hokken in het asiel goed schoon zijn. De dieren lopen zo minder kans om ziek te worden. Als de hokken schoon zijn krijgen de katten eten.
Als de hokken goed schoon zijn en de dieren eten en medicijnen hebben gehad is het tijd om weer de honden uit te laten en samen te spelen.
Als een hond erg vies is wordt hij gewassen de meeste katten moeten hier niks van hebben.

1 keer per week komt de dierenarts. Hij onderzoekt de dieren die pas zijn binnen gekomen ze krijgen een prik tegen allerlei ziekten, inenten heet dat.
De dierenarts onderzoekt ook de zieke dieren. Dieren die nieuw zijn zitten 10 dagen apart. Want al lijken ze gezond ze kunnen een besmettelijke ziekte hebben, dus kunnen andere dieren die ziekte ook krijgen. Dat apart houden heet in quarantaine doen. Er zijn strenge regels voor de quarantaine. In quarantaine dragen de dierverzorgers en vrijwilligers overalls, haarnetjes en doen ze hoesjes om hun schoenen.  Alles gaat na het schoonmaken in de was. Zo proberen wij ziektes niet over te brengen op de andere dieren. Degene die de hokken in quarantaine heeft schoongemaakt, mag die dag niet meer bij de andere dieren werken. En ga je de quarantaine in en weer uit, dan moet je eerst met je schoenen door een bak met ontsmettingsmiddel.

Vanaf 9.00 uur tot 16.00 uur is het asiel ook open voor mensen die een dier zoeken.  Zij komen bij de receptie en vertellen welk dier zij op de website gezien hebben.

Aan het eind van de dag wordt het weer tijd om honden uit te laten, te voeren, kattenbakken nog even te verschonen en de dieren een knuffel te geven.

  1. Duizenden dieren in asielen.

Per jaar komen er in heel Nederland ongeveer 80 duizend dieren in asielen terecht. Dat zijn meer dan 200 honderd dieren per dag. Veel honden en katten vinden binnen 4 tot 6 weken een nieuwe baas.

In ons asiel komen per jaar ongeveer 900 dieren binnen.
Veel hiervan zijn zwerfkatten. Dit zijn dieren die hun baasje kwijt zijn geraakt. Elk zwerfdier dat in het asiel komt blijft daar altijd minimaal 2 weken. Het baasje krijgt 2 weken dan de kans om zijn dier op te halen. Is het baasje na 2 weken niet gevonden dan wordt er een ander baasje gezocht. Elk dier dat het asiel weer verlaat, krijgt een dierenpaspoort. Daarin staat hoe het dier eruit ziet, welke inentingen het dier heeft gehad, wie zijn baasje is en welk chipnummer de hond of poes heeft.
Alle asieldieren zijn namelijk gechipt. Een microchip is een klein glazen staafje zo groot als een rijstkorreltje. In de microchip zit een nummer, dat je met speciaal apparaatje kunt aflezen. Elke hond of kat wordt met zijn nummer bij een speciaal bureau geregistreerd. Dat betekent dat het op een lijst wordt geschreven. Als het dier verdwaalt en binnengebracht wordt bij een dierenasiel, dierenambulance of dierenarts, kan altijd worden opgezocht wie zijn baasje is.

Steriliseren en castreren
Er leven in Nederland héél erg veel poezen. Eigenlijk teveel.
Een gedeelte van deze poezen heeft daarom ook geen baas en zwerft buiten rond.

Omdat zwerfpoezen zelf hun eten moeten vangen en niet verzorgd worden wanneer zij ziek zijn (er kijkt niemand naar hen om) hebben zij het zwaar om te overleven.
Daarom vinden wij het belangrijk om alle poezen en katers te steriliseren en te castreren.
Als je een poes steriliseert, kan ze geen kittens meer krijgen. En als je een kater castreert, gebeurt er niks als hij met een poes paart. Steriliseren en castreren zijn kleine operaties die de dierenarts uitvoert. Bij de kater zie je er niets van, de poes heeft een klein sneetje in haar buik dat snel weer herstelt.
Zo voorkom je dat er allemaal jonge poesjes geboren worden zonder bazen.

  1. Het huisdier moet weg.

Behalve zwerfdieren zitten er ook afstandsdieren in het asiel. Dat zijn dieren van mensen die hun hond of kat niet meer wilden of konden houden. Soms is er iemand in huis overgevoelig voor de haren van de hond of poes. Dat heet een allergie.

Sommige mensen hebben geen zin om hun hond uit te laten en willen van het dier af. Van weer andere asieldieren is bijvoorbeeld hun baasje overleden of ze gaan kleiner wonen, of in een bejaardenhuis wonen waar je vaak geen huisdieren mag hebben. In het asiel wordt er alles aan gedaan om weer een nieuw baasje te vinden. Dat lukt bij bijna alle honden en poezen.
Heel lang geleden was het zo dat dieren die lang in het asiel zaten een spuitje kregen.  Gelukkig is dat niet meer zo.

Het komt soms voor dat een hond wel een jaar in het asiel zit. Dan doen wij er alles aan om nog een eigenaar te vinden. En eigenlijk lukt dat altijd wel.
Tegenwoordig kijken veel mensen op onze website www.dierenasielzwolle.nl, Facebook,  Twitter en Instagram. Maar ook op www.ikzoekbaas.nl en op www.dierenasiels.com.

Als je een dier uit het asiel haalt moet je daarvoor betalen. De meeste asielen krijgen ook geld van de gemeente. Dat is de stad of het dorp waar het asiel staat. Wij krijgen ook een vergoeding van de gemeente.
Maar toch heeft het asiel nog vaak nog te weinig geld, daarom zoeken zij altijd donateurs.  Dat zijn mensen of bedrijven die geld geven zodat ook extra dingen voor de dieren gedaan kunnen worden. Bijvoorbeeld extra speeltjes, dieetvoer voor dieren die ziek zijn, soms dure operaties.

5. Een dier moet bij je passen.

Van een hond die door zijn baasje is afgestaan weten de mensen van het asiel best veel. Het vorige baasje heeft die dingen allemaal verteld over de hond. Van zwerfdieren is veel minder bekent. In een asiel wordt goed gekeken welk dier het best bij je past. Wil je een hond die graag veel speelt? Of heb je liever een rustig dier? Moet hij vaak alleen thuis blijven, komt hij in een flat of een huis met een tuin?
Onze medewerker van de receptie neemt een lijstje met vragen door. Op dat lijstje staan vragen over de thuissituatie van de mensen.  Bijvoorbeeld of zij kinderen hebben, of het dier alleen thuis moet kunnen blijven als de mensen aan het werk zijn, of er nog andere dieren wonen bij deze mensen, en nog veel meer.

 

Op deze wijze kan de receptiemedewerker zien of het dier goed bij deze mensen past.  Want je wilt bijvoorbeeld een hond die bang is voor kinderen niet in een gezin met kinderen herplaatsen. Dat is niet leuk voor de kinderen die graag willen spelen met een hond. En niet leuk voor de hond natuurlijk.

Er is een leuk youtube filmpje over een dag in ons asiel: https://www.youtube.com/watch?time_continue=3&v=2Fybzooy65w